“Hoeveel BHV’ers moet ik hebben?” is misschien wel de meestgestelde vraag die we krijgen. Het eerlijke antwoord: dat hangt ervan af. Maar met een paar uitgangspunten kom je een heel eind.
Geen vast getal, wel een methode
De Arbowet schrijft geen minimumaantal voor. In plaats daarvan moet je het aantal BHV’ers afstemmen op de risico’s in je bedrijf. Die breng je in kaart met een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E). Hoe groter en complexer de risico’s, hoe meer BHV’ers je nodig hebt.
De vuistregel
Een veelgebruikte richtlijn is minimaal één opgeleide BHV’er per vijftig gelijktijdig aanwezige personen. Voor een klein kantoor is dat al snel voldoende, maar voor een bedrijf met verhoogde risico’s of meerdere verdiepingen ligt het aantal hoger.
"Reken niet op precies genoeg: houd rekening met vakanties, ziekte en deeltijd, zodat er altijd een BHV’er aanwezig is."
Denk aan beschikbaarheid
Het gaat er niet om hoeveel BHV’ers je op papier hebt, maar hoeveel er daadwerkelijk aanwezig zijn op elk moment van de dag. Vakanties, ziekte, deeltijd en ploegendiensten betekenen dat je meer mensen moet opleiden dan het minimum, zodat er altijd dekking is.
Twijfel je?
Dan helpen we je graag bepalen wat in jouw situatie verstandig is. Op basis van je gebouw, het aantal medewerkers en de aanwezige risico’s adviseren we een passend aantal — en leiden we ze op.
Heb je vragen over jouw situatie? Stuur ons een bericht of neem contact op — we denken graag mee.